Dat de Nederlandse bodem steeds verder wegzakt heeft ook te maken met het 'inklinken' en ontginnen van veen en klei. Dit zijn twee bodemsoorten in het westen van Nederland, die van nature veel grondwater bevatten. Als dat grondwater wegtrekt, wordt de bodem compacter en daardoor daalt het oppervlak. Er wordt in Nederland al honderden jaren grondwater afgevoerd en weggepompt zodat gebieden gebruikt kunnen worden voor landbouw. Deze gebieden kennen we als polders. De zeespiegel stijgt ten opzichte van het achterliggend land. Het effect hiervan is hetzelfde als van bodemdaling. Sinds de laatste ijstijd (10 000 jaar geleden) is de zee met ongeveer honderd meter omhoog gekomen. De zeespiegel stijgt momenteel met ongeveer 20 - 100 cm per eeuw. Als de dijken langs de kust niet worden onderhouden, zal de zee in principe grote delen van Nederland onder water zetten. We houden de kustlijn kunstmatig op haar plek door zand op te spuiten. Het meten van bodemdaling wordt gedaan door met enige regelmaat de hoogte van vast gekozen punten in Nederland te meten en met elkaar te vergelijken. Dit is een specialisme dat door de Adviesdienst Geo Informatie en ICT (Rijkswaterstaat) wordt uitgevoerd. Om de natuurlijke en door mensen bepaalde daling te onderscheiden zijn naast meetpunten aan het oppervlak (hoogtemerken), ook merken aangebracht in dieperliggende zanden die niet door de mens worden beïnvloed. Deze zanden zijn afgezet tijdens de laatste ijstijd. Door de resultaten van deze meetcampagnes te koppelen aan dalingsprognoses in de toekomst, kunnen kaarten worden gemaakt van te verwachten bodemdaling. De kaart toont de verwachte bodemdaling tot het jaar 2050. In deze kaart zijn de effecten van geologische processen en de gevolgen van menselijke activiteit, zoals peilaanpassingen en aardgaswinning, bij elkaar opgeteld. |
|||
![]() De verwachte daling en stijging van het oppervlak van Nederland voor het jaar 2050 ten opzichte van de huidige situatie (bron: Rijkswaterstaat, NAM) Klik voor grotere weergave |