![]() |
Effecten van bodemdaling en aardbevingen |
Bodemdaling en aardbevingen zijn bodembewegingen met totaal verschillende effecten. Bodemdaling is een zeer geleidelijk proces waardoor geen directe schade aan gebouwen ontstaat. Echter, de invloed van bodemdaling op de waterhuishouding en daarmee op natuur en milieu, gebouwen en infrastructuur kan groot zijn.
Aardbevingen brengen bij voldoende sterkte direct schade aan bouwwerken teweeg, terwijl de effecten op de natuur gering zijn. Hieronder wordt ingegaan op de effecten van aardbevingen en bodemdaling op gebouwen
en op de beoordeling van schade.
Gebouwen zijn in de bovenste bodemlagen gefundeerd en de bodem draagt daarmee het gewicht van deze gebouwen.
De fundering van een gebouw is geen star geheel. De Nederlandse bodem bestaat uit los sediment zoals zand en klei of
uit veen. Door het gewicht van gebouwen zal de bodem vervormen en worden samengedrukt. Dit geldt voor de bodem onder gebouwen die rechtstreeks op de bovenste bodemlagen zijn gefundeerd (zonder palen), maar ook voor de bodem die de funderingspalen van een gebouw omringt. Indien de bodem onder invloed van externe factoren vervormt, heeft dit invloed op de gebouwen die op die bodem zijn gefundeerd.
Als de bodem ten gevolge van een aardbeving beweegt, wordt die beweging doorgegeven aan gebouwen. Dit leidt tot krachten op die gebouwen. De constructie van gebouwen is in zekere mate in staat om dergelijke krachten te weerstaan. Maar als de vervormingen van de bodem of de krachten bij een aardbeving
te groot worden, kan schade ontstaan. Meestal gaat het om scheuren in metselwerk, tegelwerk, pleisterwerk of beton.