Aardbevingsschade aan gebouwen

Omdat aardbevingen in Nederland een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel zijn en de meeste bevingen niet bijzonder sterk zijn, wordt er bij de bouw en in bouwvoorschriften niet expliciet rekening mee gehouden. Vanwege de vele eisen en voorschriften is de Nederlandse huizenbouw in het algemeen degelijk van constructie en is zij redelijk bestand tegen de krachten die kleine aardbevingen veroorzaken. De sterkste natuurlijke aardbevingen uit de recente geschiedenis dateren uit 1932 bij Uden (magnitude 5,0 op de schaal van Richter) en 1992 bij Roermond (5,8). Deze aardbevingen hebben flink wat schade aan gebouwen veroorzaakt (Figuur 1 en 2). In Roermond zijn in 1992 bij een aantal huizen muren beschadigd en schoorstenen omgevallen. Schade ontstaat doordat de beweging van het aardoppervlak grote krachten uitoefent op de fundering van gebouwen. Gebouwen worden gedwongen de opgelegde bodembewegingen te volgen. Omdat bij een aardbeving de bodemverplaatsing in de tijd snel varieert, moet zij ook in korte tijd worden gevolgd. Dit leidt ertoe dat krachten en spanningen in de draagconstructie van het gebouw ontstaan. Gebouwen zijn gewoonlijk goed in staat om verticale krachten te weerstaan, horizontale krachten leveren meer problemen op. Vooral hierdoor ontstaat schade aan gebouwen.

Door middel van rekenmodellen is de schadelijke invloed van de bevingen in Noord-Nederland in kaart gebracht. Er is een relatie tussen de intensiteit van aardbevingen en de kans op schade (Figuur 3). Het onomstotelijk aantonen van een oorzakelijk verband tussen aardbevingen en schade aan gebouwen is vaak moeilijk, omdat de schade sterk afhankelijk is van het type ondergrond en de manier van bouwen. De European Macroseismic Scale (EMS) geeft een classificatie van het type schade in relatie tot het type bouwwerk. De EMS schaal is opgebouwd uit 3 componenten: de kwetsbaarheid van gebouwen (classificatie A t/m F), de schade aan gebouwen (gradaties 1 t/m 5) en het aantal schadegevallen in een grote groep gebouwen.



Figuur 1.   Het gevallen kruis van het Missiehuis in Uden en een scheur in een gebouw in Veghel als gevolg van een aardbeving met magnitude 5,0 en intensiteit VI-VII in 1932 (bron: het jaarverslag over 1932 van de Inspecteur der Volksgezondheid te Den Bosch)

Figuur 2.   Schade aan huizen na de aardbeving magnitude 5,8, intensiteit VII, in Roermond (1992)

Figuur 3.   Relatie tussen intensiteit en de kans op schade aan gebouwen door geïnduceerde aardbevingen in Noord-Nederland. Bij zeer lage intensiteiten wordt de kans op schade gedomineerd door omstandigheden in het gebouw. Dit wordt wel de autonome kans op schade genoemd   Klik voor grotere weergave

Schade aan gebouwen door bodemdaling
Terug