 |
|
In de miljoenen jaren van de geologische geschiedenis is de aarde voortdurend in beweging geweest. Ook nu vinden dit soort bewegingen plaats; sommige delen dalen, terwijl andere delen juist omhoog worden gebracht. Het analyseren van bewegingsprocessen uit het geologisch verleden is belangrijk voor het verklaren van recente aardbevingen en het voorspellen van mogelijke toekomstige bodembewegingen. Daarom brengt TNO Bouw en Ondergrond de ondergrond van Nederland in kaart. Dat gebeurt met behulp van gegevens uit boringen (Figuur 1) en geofysisch onderzoek.
De niet vertrouwelijke boor- en seismische gegevens zijn door bedrijven en particulieren tegen verstrekkingskosten op te vragen via de DINOLoket site van TNO Bouw en Ondergrond. De geologische kaarten en andere geowetenschappelijke uitgaven zijn beschikbaar voor iedereen.
De Nederlandse ondergrond bestaat uit verschillende gesteentelagen. Hoe dieper een laag, des
te ouder hij in het algemeen is. Een geologische doorsnede door de aardkorst (Figuur 2) laat zien hoe complex de opbouw van de diepe ondergrond is. Op veel plaatsen eindigen gesteentelagen tegen breuken, aan de andere zijde van een breuk bevindt zo'n laag zich dan op een andere diepte. Breuken ontstaan wanneer continenten langzaam over de aarde bewegen en gebergtes worden gevormd. Langs een breuk kan een plotselinge beweging optreden, dat noemen we een aardbeving.
De Nederlandse ondergrond is tot een diepte van enkele honderden meters opgebouwd uit lagen van zand, klei en veen, die onder invloed van zee, rivieren, wind en landijs zijn afgezet. Met toenemende diepte worden deze afzettingen door het gewicht van de bovenliggende lagen steeds meer samengedrukt. Door de grote druk en de eveneens met de diepte toenemende temperatuur wordt het sediment verhard tot gesteente. Zo zijn ook de gesteentelagen waaruit aardgas wordt gewonnen ontstaan (Figuur 3). Deze lagen liggen op een diepte van enkele kilometers.
|
 |