Geotechniek op slappe grond

De ondiepe ondergrond

Bijna overal in Nederland bestaat de ondergrond tot enige honderden meters diepte uit een dik pakket van zand, klei en veenlagen. Dit materiaal is aangevoerd door de grote rivieren Rijn en Maas en door de zee, en het veen is ter plaatse 'gegroeid': veen bestaat uit de resten van planten.

Op deze ondergrond moet gewoond, gewerkt en gebouwd worden en de eigenschappen van het zand, de klei en het veen, vaak samengevat als 'slappe grond', zijn heel bepalend voor de mogelijkheden en moeilijkheden daarbij. Grond is een mengsel van korrels, grondwater en lucht, en in Nederland, waar de grondwaterspiegel vaak dicht onder het oppervlak ligt, zijn vooral de eerste twee meestal bepalend voor het gedrag van de grond. Wanneer er druk op de grond wordt uitgeoefend door een fundering of door een dijk wordt het water uitgeperst en treedt er zetting op. Ook het gewicht van bovenliggende grondlagen geeft aanleiding tot zetting. Dit effect treedt vooral op bij klei en veen. Het zijn langdurige processen (tientallen jaren) omdat het water maar heel langzaam uitgeperst wordt.

Zolang de mens niet ingreep in het systeem van aanvoer door de grote rivieren en de zee bleef het landniveau in een dynamisch evenwicht met het zeeniveau. Dit dynamische evenwicht is heden ten dage nog steeds aanwezig in een gebied als de Waddenzee.

Vanaf de vroege middeleeuwen is men evenwel begonnen met het aanleggen van dijken, het afgraven van veen als brandstof en vanaf de zeventiende eeuw met het inpolderen van de meren. Dit heeft grote gevolgen voor de waterhuishouding gehad en dat heeft indirect weer grote gevolgen voor de bodemdaling. Als de grondwaterstand wordt verlaagd komt meer grond 'boven water'. Door het wegvallen van de opwaartse kracht in die 'droge' grond wordt het gewicht groter en worden de onderliggende lagen samengeperst. Bovendien 'verbrandt' het veen dat boven water komt heel langzaam aan de lucht (veenoxidatie) en ook dat heeft zakkingen tot gevolg. Om droge voeten te houden moet vervolgens het polderpeil weer omlaag en het verhaal herhaalt zich. Op deze wijze is in West-Nederland sinds 1200 het oppervlak meters gezakt. Voor de toekomst wordt nog een beperkte zakking van 25 cm per eeuw voorzien.


Klik voor grotere weergave

Terug