De vastpuntconus wordt met een ballastwagen tot de gewenste diepte weggedrukt. De buitenstang wordt daarna ca. 15 cm teruggetrokken. De punt zit vast in de ondergrond en bewegingen in de grondlagen daarboven worden opgevangen door de buitenstang die vrijelijk om de binnenstang kan bewegen. |
|||
|
|||
![]() |
![]() Klik voor grotere weergave |
||
Terug