 |
Recent onderzoek |
Een overzicht van recent onderzoek naar aardbevingen en bodembeweging in Nederland.
October 2005 | LOFAR brengt bodem Noord - Nederland in kaart
LOFAR start met TU-Delft, TNO en KNMI een geofysisch sensor netwerk. Daarmee bereikt het LOFAR-project (Low Frequency Array) een volgend belangrijk punt. Vandaag beginnen geofysici van de Technische Universiteit Delft, TNO-NITG en KNMI met het plaatsen van geofoons (een soort microfoon die geluidsgolven uit de ondergrond opvangt) in het LOFAR-testveld in Exloo (Drenthe). Deze geofoons worden aangesloten op het LOFAR netwerk. Hiermee is naast de sterrenkunde de eerste LOFAR-applicatie gestart. Lees meer ...
Januari 2005 | Recent seismisch risico onderzoek geïntegreerd
TNO-NITG, TNO Bouw en het KNMI hebben de afgelopen twee jaar een aantal studies
uitgevoerd, bedoeld om de aspecten die invloed hebben op het seismisch risico ten
gevolge van bevingen, geïnduceerd door de olie- en gaswinning, systematisch in kaart
te brengen en het risico op basis van de nu bekende kennis en gegevens te
kwantificeren. Het rapport en de kaarten zijn nu in pdf-formaat beschikbaar.
De studies geven een paar interessante resultaten:
- De modellen voorspellen relatief hoge versnellingen en snelheden. Gemeten aan de richtlijnen van de Stichting Bouw Research (SBR) bestaat er bij deze versnellingen en snelheden een kans op schade. De metingen voor kleine ondiepe aardbevingen bevestigen deze uitkomst grotendeels. Daarentegen weten we ook dat de bodemtrillingen van zeer korte duur zijn vergeleken met die van natuurlijke aardbevingen bijvoorbeeld in Griekenland en Turkije. Dit verklaart waarom relatief krachtige bodemtrillingen in Noord-Nederland relatief zo weinig schade veroorzaken.
- Het statistisch model voor het optreden van aardbevingen is voornamelijk gebaseerd op seismiciteit die het KNMI tot nu toe heeft waargenomen. Er is nog te weinig van het aardbevingsproces in gasvelden bekend om de mate van gasproductie direct te kunnen relateren aan mogelijk toekomstige aardbevingen. In veel gasvelden heeft gaswinning daarentegen nog niet geleid tot aardbevingen.
- Dit betekent aan de ene kant dat een risicoanalyse voor velden, waar nog geen aardbevingen zijn waargenomen, grote onzekerheden met zich meebrengt die berust op de aannames die in de berekening gemaakt zijn. Aan de andere kant houdt dit nog niet in dat er voor zulke velden het optreden van aardbevingen uit te sluiten is. Door TNO wordt momenteel een studie uitgevoerd naar de geologische en geomechanische factoren die bepalend zijn voor het wel of niet optreden van geïnduceerde aardbevingen.
- Het toegepaste dempingsmodel voor afstanden van 4 tot 15 kilometer afstand van een beving is voor verbeteringen vatbaar en kan beter onderbouwd worden wanneer meer metingen van bodemtrillingen beschikbaar komen.
Uit de studie volgt ook een aantal richtingen voor verder onderzoek.
- Een ijking van de gebruikte seismische, geomechanische en bouwkundige modellen met de waargenomen en gedocumenteerde intensiteit van de aardbevingen en schade is noodzakelijk. Deze ijking kan verbeteren door meer metingen van optredende bodemtrillingen in de ondiepe ondergrond en aan de overdracht van deze trillingen naar panden.
- Omdat de studies state-of-the-art kennis gebruiken over het seismisch risico van kleine ondiepe geïnduceerde bevingen is het van belang toekomstige nieuwe relevante kennis zo spoedig mogelijk in de analyse te betrekken. Hierbij is een voortgezette continue seismische metingen en geologische en geomechanische modellering van het mechanismen van de aardbevingen van belang.
- Omdat, al naar gelang het type en de staat van de constructie, er verschillen in schadebeelden bestaan is een monitoring van de versnellingen die in panden kunnen optreden en de schade die hierdoor ontstaat, van belang.
De rappporten van de uitgevoerde deelstudies zijn ook afzonderlijk gepubliceerd
Mei 2004 | Onderzoeksinstituten: 'Geen zwelklei aangetoond'
Volgens GeoDelft en het Nederlands Instituut voor Toegepaste GeowetenschappenTNO (TNO-NITG), twee onderzoeksinstituten op het gebied van geologie en geotechniek, hebben de onderzoekingen van het bureau Groundcontrol geen aanwijzingen opgeleverd voor het voorkomen van het type klei dat in landen als Frankrijk, Engeland en Canada door sterk zwellen en krimpen zeer veel schade veroorzaakt aan gebouwen. Lees meer ...
19-02-2004 | Zwelklei-onderzoek naar de schade door verzakkingen en aardbevingen in Groningen en Friesland
Het Ingenieursburo Groundcontrol heeft op eigen initiatief onderzoek gedaan naar de Groningse en Friese jonge klei, ook wel knikklei of knipklei genoemd. Deze klei is een voor Nederlandse begrippen bijzondere klei die in zich in bijna alle eigenschappen onderscheidt van andere in Nederland bekende kleien.
Er is op de onderzochte locaties geen directe relatie geconstateerd tussen bodemdaling door de gaswinning en de verzakking/stijgingen door zwelkleien. Er wordt door Groundcontrol wel een relatie gedacht tussen het optreden van schade aan panden die onder druk (spanning) staan door processen in zwelkleien en aardbevingen ten gevolge van de aardgaswinning.
Aanbevolen wordt om uitgebreid onderzoek te doen naar zwelkleien. Naast zwel en krimp onder variërende omstandigheden, zou vooral gekeken moeten worden naar de waterhuishouding en met name verlaging van het grondwaterpeil in zwelkleigebieden. Lees meer ...
December 2003 | Onderzoek naar oorzaken snelle bodemdaling bij zoutwinning Barradeel
TNO heeft gedetailleerd onderzoek gedaan naar de oorzaak van de snelle bodemdaling rondom de diepste zoutwinnings locatie in wereld: De Barradeel concessie. Voor het eerst zijn er 2 verschillende mechanismen van zoutverplaatsing (kruip) waargenomen. Lees meer ...
05-12-2003 | Aardbevingsrisico gasvelden te modelleren
Met behulp van kwantitatieve modellering kan het risico op aardbevingen ten gevolge van gaswinning duidelijk beter bepaald worden. 'Hierbij wordt gebruik gemaakt van driedimensionale modelleringssoftware, waarmee spanningen en bewegingen langs geologische breuken in de diepe ondergrond berekend kunnen worden", zegt Frans Mulders die aan de TU Delft op dit onderzoek gepromoveerd is. 'Op dit moment wordt het risico op een aardbeving door het KNMI vooral herleid uit statistische gegevens', zegt Mulders. 'Het is van belang deze kennis aan te vullen met kennis over de geologische opbouw van de ondergrond.' Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met TNO-NITG, NAM, Shell, KNMI en Staatstoezicht op de Mijnen. De afgelopen maanden werd de provincie Groningen door vier lichte aardbevingen getroffen. Geologen zijn het erover eens dat deze bevingen gerelateerd zijn aan gaswinning. Nu kun je aan de hand van de historie van aardbevingen met behulp van statistiek aangeven wat er mogelijk in de toekomst gaat gebeuren. 'Dat is wat het KNMI op dit moment doet', zegt Mulders. 'Op zich waardevol, maar het verdient aanbeveling om de bestaande kennis over de geologische opbouw van de ondergrond mee te laten wegen. Dat is iets waar op dit moment bij TNO-NITG in samenwerking met KNMI aan gewerkt wordt.' Mulders heeft aan de hand van driedimensionale (3D) simulaties onderzocht wat er in de diepe ondergrond kan gebeuren. In zijn modellen maakt Mulders onder meer gebruik van een begrip als Mobilised Shear Capacity (MSC). Deze parameter geeft getalsmatig aan hoe instabiel bepaalde grondlagen en de breuken daarin zijn. Mulders: 'een dergelijke parameter vormt gekoppeld aan andere gegevens de basis voor de berekening van een risico op een aardbeving bij een gasveld.' Volgens de Delftse promovendus zullen zich ook in de toekomst in Groningen af en toe bevingen blijven voordoen. 'Zolang er gas geproduceerd wordt heb je ook bewegingen in de ondergrond.' De numerieke modellen die Mulders heeft gebouwd zijn representatief voor de ondergrond van Noord-Nederland, maar zijn vanwege hun generieke karakter ook representatief voor andere gas- en olievelden onder soortgelijke condities. 'Maar dan besef je ook tegelijkertijd de beperking van de modellen', zegt Mulders. 'Hoewel je nu aan de hand van de 3D-modellen veel kunt berekenen, heb je nog steeds veel informatie nodig over de ondergrond om tot een goede inschatting te komen. Die informatie is er vaak niet.' De combinatie van statistiek, 3D-modellering en geologische informatie moet in de toekomst dan ook verder worden onderzocht. (TU Delft)
Onderzoek 'Oorzaak schade aan gebouwen nabij Grou' afgerond
In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en op voorstel van de Tcbb hebben TNO-NITG, TNO-Bouw en GeoDelft een breed onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van schade aan gebouwen in de buurt van Grou (midden Friesland). In dit onderzoek zijn de variaties en verstoringen van de ondergrond in Midden Friesland nauwkeurig onderzocht en is tevens de schade aan een aantal geselecteerde panden bouwkundig geanalyseerd. Het onderzoek heeft onderscheid kunnen maken tussen de bijdragen aan schade door variaties en verstoringen in de ondiepe ondergrond (zoals compactie van veen en klei en veenoxidatie en veranderingen in de waterhuishouding) enerzijds, en die welke samenhangen met de diepe ondergrond en aardgaswinning anderzijds. Het rapport is op 23 april 2003 door het Ministerie vanEZ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport kan opgevraagd worden bij de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) in Voorburg. Een digitale copie is hier beschikbaar als PDF-bestand (3,4 MB). Hetzelfde bestand met een hogere kwaliteit is eveneens beschikbaar, maar dit bestand is wel 20 MB groot.
Seismisch onderzoek Zuid-Nederland
Van 8 tot en met 20 oktober hebben de TU Delft, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht in het zuiden van het land een onderzoek gedaan of en hoe de diepere ondergrond van Nederland (tot zo'n 25 à 30 km) in kaart gebracht kan worden met geluidsgolven. Het is voor het eerst dat de Nederlandse bodem zo tot op een dergelijke grote diepte wordt onderzocht.
Lees meer
Seismische analyse van de aardbevingen bij Alkmaar en Bergen op 9 en 10 september en 10 oktober 2001. KNMI
De schokken bij Alkmaar, waarvan de epicentra tussen Alkmaar en Bergen
liggen, zijn gevolgd op eerdere schokken op 6 augustus en 21 september 1994 in
hetzelfde gebied en langs dezelfde breuklijn. Het KNMI gaat er van uit dat de schokken zijn
veroorzaakt door de aardgaswinning in het Bergermeerveld gezien de ligging op een breuk in
dit veld en het haardmechanisme van de bevingen. De aardbeving van 9 september is de
krachtigste die tot nu toe in Noord-Nederland is geregistreerd.
Lees meer