 |
Ontwateren |
In veen- en kleigebieden treedt bodemdaling op ten gevolge van natuurlijke kruip en ontwatering van de bodem. Tussen de gronddeeltjes bevinden zich poriën die met water zijn gevuld. Van nature gaat grond door eigen gewicht op den duur verdichten. Als het water uit de poriën verdwijnt, bijvoorbeeld als de grondwaterstand verlaagd wordt, wordt dit verschijnsel versterkt.
De bodem zal dalen. Verder ondervinden bij verlaging van de grondwaterspiegel de deeltjes boven het grondwater geen opwaartse kracht meer en zij drukken dus zwaarder op de onderliggende lagen. Ook dit maakt dat de bodem daalt. We zeggen dat de bodem inklinkt. Tenslotte kan veen als het boven water komt afgebroken worden door oxidatie. Oxidatie is in de veenweidegebieden in West-Nederland een belangrijk dalingsmechanisme.
Omdat het grondwaterniveau zo'n grote invloed heeft op bodemdaling, is
het waterbeheer in polders cruciaal voor de toekomst. Schaalvergroting in de landbouw en uitbreiding
van steden hebben de bodemdaling tot voor enkele decennia significant doen toenemen. Klink en oxidatie hebben in veengebieden tot plaatselijke bodemdalingen van meer dan een meter geleid: in
de 19e eeuw één meter,
in de 20ste eeuw 50 cm vanwege beter polderbeheer. Door zorgvuldig het waterpeil te beheersen wordt tegenwoordig geprobeerd
om bodemdaling te minimaliseren. Voor de 21ste eeuw wordt ten gevolge van peilaanpassingen een daling
van 25 cm verwacht.
|
 |