![]() |
De Schaal van Richter |
De Schaal van Richter (1935) geeft de magnitude van een aardbeving aan. De magnitude is de sterkte van een beving. De magnitude kan uit een seismogram worden afgelezen door de maximale uitslag van
de trilling te vergelijken met de
afstand van het meetpunt tot het aardbevingsbron (hypocentrum). Die afstand volgt uit het verschil
in aankomsttijd tussen de verschillende typen seismische golven (zie Seismische golven).
Voor de Schaal van Richter geldt
dat elke stap op de schaal overeenkomt met een vertienvoudiging van de trillingen aan
het aardoppervlak. Een aardbeving met een magnitude 6 is dus tien keer zo zwaar als een met een magnitude 5: het is een zogenaamde logaritmische schaal.

Terug